De Telegraaf 10 september 2011
Met dank aan de heer Joop Duijs voor toestemming publicatie op deze site.
Is het nou Dinxperlo of Suderwick??
Grenzenloos genieten
door Joop Duijs
Zo’n driehonderd jaar geleden vertrok Jan Hendrikzn Duijts vanuit Münsterland, net over de grens van het huidige Duitsland, naar de Zaanstreek. Hij nam Lijsbeth Stoffels, uit Osnabrück, mee en trouwde haar in 1736 te Wormer. Samen kregen ze zes kinderen, waarvan vijf zonen. Zij werden de grondleggers van een geslacht van ambachtslieden, dat vooral in de houtindustrie de centjes verdiende.Zeven generaties later wandel ik als één van zijn vele nakomelingen door de streek die hij ooit verliet. Dat doe ik bij Dinxperlo, in de Achterhoek. Of is het nou Suderwick in Münsterland? Op straat zie ik immers net zoveel Duitse als Nederlandse nummerplaten. De wegen, winkels en bedrijven hebben dan weer Duitse, dan weer Nederlandse namen. In Dinxperlo drinkt men Duits water en de kinderen uit Suderwick gaan in Dinxperlo naar de Nederlandse kleuterschool. De grens scheidt hier niet, maar verbindt!
Wereldbol
Ik begin bij restaurant Brüggenhütte en wandel langs de ’Wereldbol/Weltkugel’ en een klein industriegebied Dinxperlo binnen. Waar nu de Wereldbol staat, was vroeger de slagboom van een grensovergang. Op het industrieterrein vele nieuwe vrachtauto’s met, om maar weer eens aan te geven dat de wereld steeds kleiner wordt, Poolse nummerplaten.
Verderop een verwijzing naar ’De Rietstap’, het kleinste kerkje van Nederland. De eigenaar van ’De Rietstap’ liet zijn havezathe na aan een neef, op voorwaarde dat hij er een kerk zou bouwen. Hij had echter vergeten de maten aan te geven… De neef voldeed dus keurig aan de voorwaarden, maar wel op zijn manier! Verderop kunt u het Grenslandmuseum bezoeken. U maakt er kennis met allerlei zaken die met het voormalige grensgebeuren van doen hadden: douane, smokkeltrucs, Duits noodgeld, enz.
Toevluchtsoord
In de jaren dertig was Dinxperlo een echt toevluchtsoord voor Duitse joden. Op een gedenksteen onderweg lezen we de namen van de weggevoerde en omgebrachte mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aan het einde van die oorlog werd het dorp beschoten met ruim 39.000 (!) granaten en lag het aan de belangrijkste doorvoerroute van de geallieerden naar het noorden. Dagenlang denderden tanks langs.
Zij die deze tijd hebben overleefd, wonen in het Bültenhaus. Een verzorgingstehuis aan de Heelweg met een grensoverschrijdende brug tussen de verschillende woongedeeltes. De oudjes kunnen hier gewoon, al of niet met behulp van hun rollator of rolstoel, van het ene naar het andere land. Veel belangrijker is dat ze daardoor allerlei regeltjes omzeilen die het onmogelijk zouden maken hier volgens hun eigen nationale regels te kunnen wonen.
Smokkelgeschiedenis
Even voorbij het Bültenhaus, waar vroeger een andere grensovergang was, zien we ’De man met haan’, één van de drie beelden die samen de groep ’Wenn der Zollner mit dem Smuggler’ vormen. Ze verbeelden de smokkelgeschiedenis die hier eeuwenlang floreerde. Naast koffie, jenever en sigaretten was het vroeger namelijk ook lucratief gevogelte te smokkelen.
Maar ook met specerijen was goed geld te verdienen. Nootmuskaat bijvoorbeeld was in de jaren zestig amper te krijgen in Duitsland. Een groepje Dinxperloërs kocht de nootmuskaat daarom massaal in bij de groothandel als smokkelwaar. Dat viel natuurlijk ook de douane op en die ging bij verschillende nabijgelegen Achterhoekse restaurants eens langs om te proeven of er in de omgeving nou echt zoveel nootmuskaat werd gebruikt. Gek genoeg smaakte het eten net zo als in Duitsland! De smokkelaars kregen een gepeperde boete…
Märchen Oma
Dinxperlo uit passeren we het Welinkhof, een mooi parkachtig gebied met een kinderboerderij en hertenkamp. Verderop is het genieten van stille weidegebieden, akkers en heel veel windmolens, welk gebruik hier dan ook stevig door de overheid wordt gesubsidieerd. Onderweg passeren we het Surkse Backhüs. Gereconstrueerd weliswaar, maar er is goed te zien hoe vroeger brood werd gebakken. De hoek om worden we verwezen naar Märchen Oma. Nieuwsgierig wandelen we verder en stuiten midden in niemandsland op een prettig gestoord stukje huisvlijt. Een grootmoeder met heel vrije tijd heeft hier zo’n beetje alle bekende sprookjesfiguren met behulp van poppen tot leven gebracht. Verderop nog meer Spielerei: modelvliegtuigjes. Gierend scheren modellen ter grootte van zo’n vijfde van het werkelijke formaat door de lucht.
Gietijzerkoorts
We laten het lawaai snel achter ons en lopen via de Bocholter Aa terug. De Aa bevatte in vroegere eeuwen zoveel ijzer dat er vooral in de 18e eeuw sprake was van een echte ’gietijzerkoorts’. Alles werd er gemaakt: van straatlantaarns, tuinbanken, brievenbussen tot badkuipen. Het werken in de gieterijen was in de koudere maanden een welkome bijverdienste voor de seizoensarbeiders die voor een paar armzalige centen van vroeg tot laat op het land moesten werken.
Jan Hendrikzn had het goed gezien. Aan de Zaan was het leven voor de gewone man een stuk minder slecht.
Reacties: jduijs@telegraaf.nl
Of ga naar het artikel op de site van De Telegraaf
